Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Inleiding

In het Jaar van het Religieus Erfgoed (2008) zijn zeven x zeven verhalen verzameld bij het religieus erfgoed van Zeeland. In 2011 en 2012, de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, zijn de religieuze verhalen nog steeds actueel. Ze vertellen ons iets over onze eigen omgeving en het Zeeuwse verleden. 
De verhalen zijn verteld door jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Zij vertellen hun persoonlijke verhaal bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar dat erfgoed. Onder religieus erfgoed wordt verstaan al het materieel en immaterieel erfgoed dat gebouwd en vervaardigd is op godsdienstige en levensbeschouwelijke grondslag. Door een rijk geschakeerd en gedifferentieerd geloofsleven kent Zeeland een grote verscheidenheid aan religieus erfgoed. Bij dit erfgoed is gekozen voor vertellers uit zoveel mogelijk verschillende kerkelijke gezindten en geloven. Want Zeeland is meer dan het land van de Reformatie. Zo komen er ook mensen aan het woord die aan het religieus erfgoed een spirituele betekenis ontlenen of die daarbij een bepaalde betrokkenheid op transcendentie, ‘op iets dat boven ons staat’, ervaren.

De kerktorens in de dorpen en steden zijn de meest in het oog springende elementen. Maar ook daarbuiten zijn er tal van plekken in het landschap, voorwerpen of verwijzingen, die dit erfgoed duiden. Zeeuwse boerderijen dragen namen als Eben-Haëzer dat ‘Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen’ betekent, en Ora et Labora, oftewel ‘Bid en Werk’. De namen zeggen dat de boeren het leven niet als vanzelfsprekend nemen. Ook spreekt er dankbaarheid uit. Net als uit de schenking van het scheepje aan de kerk van Brouwershaven. Een zeeman bracht het daar als dank voor zijn behouden vaart. Voor veel Zeeuwen zijn de kerktorens vandaag niet meer dan oriëntatiepunten in het landschap. Maar voor anderen zijn de kerk en haar belijdenis de bakens waarop zij varen, met de scheepsbijbel als kompas wijzend naar het Ware Noorden. De bijbelgordel loopt globaal van de Zeeuwse eilanden door het rivierengebied, over de Veluwe naar de kop van Overijssel. De bijbelgordel is te verklaren uit de vroomheidsbeweging van de zeventiende eeuw, de zogenoemde Nadere Reformatie. In Zeeland zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van deze stroming de predikanten Willem Teellinck, Godefridus Udemans, Wilhelmus à Brakel, Abraham Hellenbroek en Bernardus Smytegelt. Het erfgoed van deze Zeeuwse oudvaders inspireert kerkgangers tot op de dag van vandaag, tot ver over de provinciegrenzen heen.

Het begin van het christendom in Zeeland kunnen we dateren rond 700, toen Willibrordus (658-739) voet aan wal zette bij Zoutelande. Maar ook van de periode vóór de kerstening is religieus erfgoed bewaard. Een replica van een Gallo-Romeinse tempel verwijst naar de inheemse godin Nehalennia. Deze heerseres over de Schelde en de Zeeuwse kusten is vooral bekend van de vele aan haar opgedragen altaren die de afgelopen eeuw zijn gevonden. Vanaf 700 gaan de heiligen de kerken steeds meer domineren. Ze zijn de intermediairs tussen hemel en aarde, en worden in het dagelijkse leven aangeroepen tegen allerlei kwalen en (watersnood) rampen. In de loop van de middeleeuwen neemt de kritiek op de levenswandel van de geestelijken en op hun uitleg van de bijbel toe. Als blijkt dat de kerk van binnen uit niet meer hervormd kan worden, ontstaan als gevolg van de Reformatie de Hervormde en Gereformeerde Kerken. Maar dit gaat niet zonder slag of stoot. In 1566 vindt de eerste hagenpreek van Nederland plaats in de duinen bij Domburg op Walcheren. Een paar maanden later luisteren honderden hervormingsgezinden op Schouwen naar de preken van Jacob Jorisse Barselius. Het hek is van de dam. Tijdens de Beeldenstorm vernielt een woedende menigte honderden rooms-katholieke kerken, kapellen en kloosters.
Een schat aan religieus erfgoed is daardoor uit Zeeland verdwenen. Nog steeds stuit de ploeg van menig boer op de moppen van de middeleeuwse kloosters. 

De contrareformatie, de tegenaanval van de rooms-katholieke kerk tegen het protestantisme, kan het tij niet meer keren. Vanaf 1648 mogen de katholieken hun geloof niet meer in het openbaar belijden. Op het platteland van Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen komen zij in boerenschuren bij elkaar om de mis te volgen. Alles in het diepste geheim, want op de aanwezigheid van priesters en het houden van kerkdiensten staan hoge boetes. Halverwege de negentiende eeuw wordt de achterstelling van de katholieke kerk ten opzichte van de hervormde gemeenschap, in de grondwet ongedaan gemaakt. Daarna volgt de periode van het Rijke Roomse Leven. In Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen verrijzen nieuwe katholieke kerken en Mariakapellen. Oude tradities, zoals de Mariaverering, worden met de inwijding van de Lourdesgrot in Heinkenszand in ere hersteld en processies trekken weer over de Zeeuwse dijken en wegen. 

Zeeland is ook de provincie die haar grenzen openzet voor hen die een veilig onderkomen zoeken zoals de Portugese joden, de Salzburgers, lutheranen, hugenoten en doopsgezinden. In de loop van de tijd zijn in deze provincie de synagoge, moskee en boeddhistische tempel naast de kerk komen te staan. De nieuwkomers brachten hun eigen religie, voorwerpen en gebruiken mee. De bolus werd in Zeeland voor het eerst gebakken door de bakkers van de Sefardiem. De koosjere spijswetten binnen de joodse traditie liggen ten grondslag aan dit typisch Zeeuwse product. Maar ook plekken in het landschap verwijzen naar dit erfgoed. In Serooskerke en Koudekerke op Walcheren bivakkeren nietsvermoedende toeristen vandaag de dag in de voormalige Molukse opvangcentra, die nu tot vakantiewoninkjes zijn omgebouwd. De eerste Molukse generatie weet zich nog te herinneren hoe hun legerpredikant ds. Johan Lawalata hen daar in den vreemde voorging. Dit erfgoed is een welkome aanvulling op het veelvormige en sterk gedifferentieerde kerkelijke en maatschappelijke leven van Zeeland en brengt ons in contact met het wezenlijke van het religieuze erfgoed.  

In de haven van Breskens is prominent op een graansilo de muurschildering ‘vijf broden en twee vissen’ te zien. Met dit nieuwtestamentische verhaal heeft de kunstenaar geen religieuze boodschap willen uitdragen. De broden verwijzen naar de landbouw die de vruchten van de aarde voortbrengt en de vissen zijn het symbool voor wat de zee voortbrengt. Als de voorbijganger niet weet waarvoor de vissen en de broden staan of wat het kan betekenen in de context, beleving, rituelen en tradities, zal hij of zij eraan voorbijgaan. Maar ‘iets’ wordt pas erfgoed als we de zin en betekenis ervan kunnen begrijpen. Niet de kerken of culturele instellingen maken uit wat de betekenis van dit religieus erfgoed is, dat doet de voorbijganger. In deze 49 verhalen hebben de vertellers, door de manier waarop zij ernaar kijken en mee omgaan, betekenis gegeven aan dit erfgoed. Zij maakten zichtbaar wat onzichtbaar leek. Door deze persoonlijke betekenis is een levend erfgoed ontstaan, dat waardevol genoeg kan zijn om het ook voor de toekomst te behoeden en te bewaren.

zoeken